Aanvullend onderzoek


Het is niet onderzocht wat de beste diagnostische strategie is bij een delirium. Vanuit praktisch
oogpunt worden de volgende aanvullende onderzoeken in ieder geval aanbevolen:

Laboratoriumonderzoek

- BSE, CRP
- volledig bloedbeeld met differentiatie leucocyten
- nierfunctie
- electrolyten
- calcium, albumine
- glucose
- TSH
- urine algemeen onderzoek (eiwit, glucose, ketonen, nitriet, erystrip, leucostrip) en sediment

X-thorax

ECG


Geen oorzaak?

Hoewel het niet genoeg benadrukt kan worden dat een delirium verder onderzoek naar een
onderliggende lichamelijke ziekte noodzakelijk maakt, is het geen uitzondering dat er bij een
patiŽnt geen duidelijke oorzaak, in de zin van een acute aandoening, gevonden wordt. Het
delirium wordt dan vaak toegeschreven aan de combinatie van meerdere factoren die ieder
afzonderlijk het delirium onvoldoende kunnen verklaren, bijvoorbeeld geringe decompensatio
cordis, lichte hyponatriaemie, polyfarmacie en een slechte visus.

Dit werpt de vraag op hoe ver de diagnostiek moet gaan als een duidelijke diagnose ontbreekt.
In de praktijk blijkt dat wanneer er bij (hetero)anamnese, lichamelijk onderzoek, aanvullend
laboratoriumonderzoek, ECG en thoraxfoto geen duidelijke afwijkingen gevonden worden, verder
onderzoek vrijwel nooit tot een duidelijke diagnose leidt die het delirium kan verklaren.
Multidisciplinaire richtlijn
www.delirant.info